Zijn we allemaal NSA-nieuws-moe?

Glenn Greenwald, The Guardian en The Washington Post doen het slim: stukje bij beetje maken ze Edward Snowdens puzzelstukjes wereldkundig.

De openbaring van vandaag behoort tot één van de significantste tot nu toe: de NSA zou communicatie tussen servers van Google kunnen aftappen. Hetzelfde geldt voor Yahoo. Op deze manier zou de NSA dus aan privé-gegevens van miljoenen mensen kunnen komen zonder dat daar een rechter aan te pas komt.

Belangrijkste verschil met de eerste lekken van Edward Snowden is dat toen de indruk was ontstaan dat de NSA en tech-bedrijven als Apple, Google en Facebook onder één hoedje speelden: de tech-bedrijven zouden bewust achterdeurtjes hebben gecreëerd in hun servers, zodat de NSA naar hartenlust gegevens kon binnenhalen.

Door de nieuwe openbaring is het beeld gekanteld: nu zou de NSA zonder medeweten van de tech-bedrijven informatie onderscheppen.

Google is kwaad. “We have long been concerned about the possibility of this kind of snooping, which is why we have continued to extend encryption across more and more Google services and links”, schrijft Chief Legal Officer David Drummond. ”We are outraged at the lengths to which the government seems to have gone to intercept data from our private fiber networks, and it underscores the need for urgent reform.”

Morgenochtend praat ik hierover verder in het NOS Radio 1 Journaal.

De vraag is: lees je dit nog? Terwijl de lekken die Snowden, Greenwald et. al. naar buiten brengen steeds heftiger worden, lijkt de interesse van het publiek af te nemen.

Duurt het verhaal allemaal te lang? Is die ‘puzzelstukjesstrategie’ misschien toch niet de juiste? Of is het gewoon te abstract en voelt het als te ver van je bed? Misschien zelfs een zekere moedeloosheid? Ik verzamelde op Twitter onder meer deze reacties.

 

Over Apple’s gratis software

De aankondiging van Apple dat vrijwel al hun software nu gratis te verkrijgen is (al is dat in veel gevallen bij aanschaf van nieuwe hardware) klonk voor velen als muziek in de oren, maar bij sommige software-ontwikkelaars zullen de wenkbrauwen wel even omhoog zijn gegaan. Het is namelijk niet zo heel lang geleden dat Apple zich juist uitsprak tegen de steeds goedkoper wordende apps in de App Store, de zogenoemde race to the bottom.

Een paar jaar terug, voordat app stores normaal waren, betaalde je gerust tientallen of honderden euro’s voor software. De komst van de App Store in 2008 veranderde dat. Apps kostten van begin af aan vaak slechts een paar euro en niet veel later leidde concurrentie tussen ontwikkelaars tot nóg lagere prijzen. Consumenten raakten daaraan gewend.

Ik heb die ervaring zelf ook gehad: een app verkopen voor 0,89 EUR levert vaak meer op dan wanneer je die voor 1,78 EUR verkoopt. Vaak overwegen potentiële klanten apps niet eens te kopen voor laatst genoemde prijs.

Er is tenminste één verhaal bekend over een ontwikkelaar die door Apple werd overgehaald om de aanschafprijs van zijn iPhone-game te verhogen. Wat Apple betreft kon het bedrijf van ontwikkelaar Steve Ackerman best meer dan 1,99 GBP vragen voor zijn game Papa Sangre.

Nu  gooit Apple dus zelf het roer om. Op de pro-apps na (zoals Aperture, Final Cut en Logic) is alle software van Apple onder bepaalde voorwaarden gratis te krijgen. Reden genoeg voor Apple om gisteren tijdens de presentatie van onder meer de nieuwe iPads zijn software tot tweemaal toe te vergelijken met die van Microsoft.

Screen Shot 2013-10-23 at 21.31.50Eerst werd Mac OS X Mavericks vergeleken met Windows 8 Pro (gratis vs. 129 dollar); daarna kwam de vergelijking tussen iWork en Office 365 (gratis vs. 99 dollar per jaar). Die laatste vergelijking is niet helemaal eerlijk, want voor 140 dollar (eenmalig in plaats van jaarlijks) heb je ook Microsoft Office. Bovendien is iWork niet gratis als je al een tijdje een Mac en maar niet over iWork beschikt; in dat geval betaal je voor de  drie apps bij elkaar een kleine 60 dollar. Dat maakt Apple nog steeds goedkoper dan Microsoft, maar het verschil is niet zo dramatisch als het op het eerste gezicht lijkt.

UPDATE: Microsoft heeft zelf gereageerd op Apple’s vergelijking. Spreek gerust van een stevige uithaal, die overigens alleen ingaat op iWork voor iOS en niet op iWork voor Macs.

Apple heeft genoeg vlees aan de botten om zo met software om te kunnen gaan. Het bedrijf praat weinig over zijn winstmarges, maar het is algemeen bekend dat de marges op hardware hoog zijn. Ik ben benieuwd of Microsofts software ook goedkoper wordt als hun Surface-hardware succesvoller wordt en de inlijving van Nokia slaagt.

Ik denk dat Apple’s stap ertoe leidt dat consumenten nog minder bereid zullen zijn om te betalen voor software. Ontwikkelaars hebben hier de laatste jaren deels al op ingespeeld middels het zogenoemde freemium-model. Het blijkt vaak het lucratiefst te zijn om je app gratis aan te bieden en gebruikers alleen te laten betalen voor extra levels, extra functionaliteit, etc.

Dat is alleen niet wat Apple hier doet: hier krijg je de volledige functionaliteit gratis, al dan niet in combinatie met een nieuwe Mac, iPad of iPhone. Al die functionaliteit werkt het beste in combinatie met iCloud, waar de eerste 5 GB aan opslag gratis is – voor meer gigabytes moet je betalen. Als de industrie deze lijn volgt, is er een subtiele wijziging van het freemium-model op komst: software is altijd gratis en je betaalt alleen voor hardware en services.

UPDATE: Waarom tegelijk bellen en surfen via 4G niet kan op iPhone 5

Vodafone 4G op een iPhone 5Het viel me al een paar dagen op: het is niet mogelijk om op een iPhone 5 met 4G gelijktijdig te bellen en te internetten. Sommige smartphones hebben hier geen last van, zoals de Samsung Galaxy S3 en S4 (edit: zie het voorbehoud onderaan deze post dat Vodafone maakt), maar de iPhone 5 (en straks de 5s en 5c) dus wel. Hoe zit dit?

Even terug naar de basis. 4G is een verzamelnaam voor een stel netwerktechnologieën die snel internet op smartphones mogelijk maakt, soms zelfs sneller dan het snelste internetabonnement dat je thuis kunt krijgen. Supersnel dus. Van al die 4G-netwerktechnologieën is één de standaard geworden: LTE. Daardoor zijn 4G en LTE effectief synoniemen van elkaar (al speelt één van de Amerikaanse providers een marketingspelletje). Als KPN en Vodafone in Nederland dus adverteren met supersnel 4G op je smartphone, dan bedoelen ze dus eigenlijk LTE.

Er is momenteel een nadeel aan LTE: je kunt er niet zomaar mee bellen. Daarvoor moeten telecomproviders (zoals KPN en Vodafone) een speciaal systeem toevoegen aan hun LTE-netwerk: VoLTE, wat simpelweg Voice-over-LTE betekent. Een extra voordeel van VoLTE is trouwens niet alleen dat je kunt bellen terwijl je je supersnelle internetverbinding behoudt, maar ook dat de geluidskwaliteit veel hoger is dan wat we tot nu toe gewend zijn van telefoons. Maar helaas: geen enkele provider heeft ondersteuning voor VoLTE (Vodafone Nederland dus ook niet), met uitzondering van de providers in Zuid-Korea.

Wanneer krijgen we VoLTE in Nederland? Dat is niet echt bekend, al wordt 2014 gesuggereerd. Tot die tijd kun je op een iPhone dus niet gelijktijdig bellen en supersnel internetten.

Op sommige andere smartphones kun je nu al wél gelijktijdig bellen en snel internetten via 4G. Dat komt doordat die smartphones over een extra antenne beschikken, zodat ze stiekem tegelijkertijd kunnen verbinden met een 4G-netwerk (voor je internetverbinding) en met een 2G- of 3G-netwerk (voor je telefoongesprek). Onder deze smartphones zijn de Samsung Galaxy S3 en S4. In de iPhone 5 (en, voor zover ik weet, de 5s en 5c) ontbreekt zo’n extra antenne. Die paste er blijkbaar niet in. Om die reden zul je bij een telefoontje op de iPhone zien dat je 4G-verbinding verdwijnt en vliegensvlug wordt ingeruild voor een 2G-verbinding, zodat je kunt bellen. Na het gesprek keert je 4G-verbinding weer terug.

Samengevat: bellen en tegelijkertijd via 4G internetten kan momenteel met een beperkt aantal smartphones, zoals de Samsung Galaxy S4. De iPhone kan dit pas als de Nederlandse providers beschikken over VoLTE.

Update

In het geval van Vodafone blijkt er nog iets te spelen: Vodafone zal je 4G-verbinding altijd verbreken als je gebeld wordt, onafhankelijk van welke telefoon je hebt. De reden hiervoor in de woorden van Jan van der Aa, PR Manager Online bij Vodafone:

Een Vodafone klant met een 4G verbinding die wil bellen of gebeld wordt schakelt inderdaad automatisch terug naar het 2G netwerk. Dit is onafhankelijk van de gebruikte telefoon. De kans op een dropped call (afgebroken gesprek) is namelijk aanzienlijk lager als het 4G netwerk terugschakelt naar het 2G netwerk i.p.v. het 3G netwerk. Het voorkomen van dropped calls heeft bij Vodafone eerste prioriteit.

Ook met een Samsung Galaxy S3 of S4 zul je in elk geval bij Vodafone niet gelijktijdig kunnen internetten via 4G en bellen. Bij de redenering van Vodafone kun je wel vraagtekens plaatsen: een klant die een 3G-verbinding heeft wordt toch ook niet bij een telefoongesprek teruggeschakeld naar 2G om de kans op een dropped call te beperken? Als Vodafone van 4G zou terugschakelen naar 3G, zou je toch nog tegelijk kunnen bellen en internetten.

Update 2

Leuk dat mensen mijn blog weten te vinden! Eerder noemde ik de Samsung Galaxy S3 en S4 als telefoons die gelijktijdig internetten via 4G en bellen via 2G of 3G aan kunnen, maar de HTC One kan het ook, zegt Mark Moons, Regional Director HTC Benelux, op Twitter:

Natuurlijk! Dual mode is geen uitzondering. Het is eerder de standaard. Samsung doet daar weinig speciaals. Kan de rest ook. Vergelijk ook eens hoe snel phones 4G dekking terug pakken nadat ze buiten 4G dekking waren. Ook daar loopt Apple achter ;). Het eerste 4G toestel op Android ter wereld was van HTC. LG volgde snel, de rest was later.

Screen Shot 2013-10-07 at 19.55.04

Tripoli ligt (ook) in Libanon. Echt.

Tripoli is de hoofdstad van Libië – en ook de tweede stad van Libanon. Het is echt mogelijk: meerdere landen met steden die dezelfde naam hebben. Niet iedereen weet dat, zo blijkt uit reacties van onze lezers, luisteraars en kijkers. Sommige reacties zijn vriendelijk, andere vervelend. Kijk maar.

ik meen dat libie en libanon door elkaar gehaald zijn.

Ligt Tripoli in Libanon?

Al een aantal dagen wordt er op het nos nieuws en op teletekst gesproken over tripoli als stad in libanon, maar deze stad ligt toch echt in libië.

Ik wilde u er op attenderen dat in het volgende artikel een groet fout staat. Er staat Tripoli en dat is in Libie; niet in Libanon. Dit soort fouten geven geen goed beeld van de NOS..

Het is de redactie blijkbaar niet bekend, dat er een wezenlijk en geografisch verschil is tussen: “Libanon en Libanese” enerzijds en “Libië en Libische” anderzijds. Dat Tripoli een hoofdstad is moge duidelijk zijn maar dan wel in Libië!!  Met ironische groet,

Onderwerp: afgang. [Teletekst] Pagina 128: Tripoli ligt in Lybië en nog steeds niet in Libanon

Op de website las ik het bericht met de titel ‘Dodental strijd Libanon loopt op’. Wanneer ik het bericht lees blijkt het echter over Tripoli te gaan, de hoofdstad van Libië, en dus niet gelegen in Libanon. Hopelijk past u het bericht snel aan, want dit kan natuurlijk niet.

Ikram Akachaou Achaffaye (1988-2012)

Niemand speelt ooit voor twee Eredivisie-clubs tegelijk, behalve Ikram: ze kwam uit voor zowel de NOS als NU.nl. Het is de kortste samenvatting van haar eindeloze en onomstreden talent.

Onze lieve Ikram. Geïnteresseerd, grappig, open en goudeerlijk. Je realiseert je zo vaak te laat dat je meer tijd met iemand had moeten doorbrengen. Steeds vaker trappen we in de val van het idee dat mensen er voor altijd zijn.

Onopvallend als Ikram kon zijn, liet ze haar werk voor haar spreken. Nooit springend op tafel om de aandacht op te eisen en toch een onuitwisbare indruk achterlaten. Dat is maar weinigen gegeven. Ikram wist alles van alles. iPhone en Windows, The Newsroom en Gossip Girl, Jay-Z en Jan Smit: in Ikram kwamen compleet verschillende werelden bij elkaar zoals bij niemand anders. The beauty and the nerd, maar dan in één meisje.

Je zoekt naar iets bijzonders in de laatste ontmoeting, maar het laatste moment met Ikram is even willekeurig als haar verschrikkelijke lot. Op de gang bij de NOS vertelde ze dat ze naar Japan ging om de lancering van nieuwe gadgets te verslaan. Trots. Zelfverzekerd. Nieuwsgierig. Ze was zoals Ikram was.

Verbijsterd, verslagen en vol onbegrip blijven wij hier, nog eens de ruim 900 nieuwsverhalen lezend die ze ons heeft achtergelaten.

Rust zacht, lieve Ikram. Je wordt hevig gemist.

Libanon – het eindoordeel

Ik vlieg boven Bulgarije als ik dit schrijf. Libanon ligt inmiddels enkele uren achter me, Nederland is nog tweeëneenhalf uur vliegen. Mijn reis naar het geboorteland van mijn vader heb ik jaren uitgesteld, soms met goede, vaak met minder goede redenen. Ik ben blij dat ik geweest ben en meer te weten ben gekomen over de achtergrond van mijn familie en het land waarin ze wonen. Inderdaad: niet mijn eigen achtergrond. Zo zie ik het nou eenmaal niet. Mijn achtergrond blijft Nederland; dat is na deze reis onveranderd gebleven.

Libanon is een land met twee gezichten. De hoofdstad Beiroet behoort tot één van de mooiste (en duurste) steden ter wereld. Het doet in niets onder voor andere toeristische steden langs de Middellandse Zee, zoals Barcelona. Shoppen kan eindeloos, zwemmen en op het strand hangen kan eindeloos en tot in de vroege ochtend stappen kan ook eindeloos, zolang je budget het maar toelaat. Iedereen spreekt Frans en Engels en de Libanese jeugd in Beiroet is net zo westers als jij. Buiten Beiroet vind je in Byblos een prachtig stuk werelderfgoed om te bezoeken en ook in de rest van Libanon zijn er veel plekken die op de UNESCO-werelderfgoedlijst staan.

Hoe noordelijker je komt, hoe conservatiever en armer Libanon wordt. Het heeft alles te maken met de politieke situatie in het land zelf en de landen er omheen. De machthebbers hebben geen belang bij een ijzersterk noorden. De Libanese politieke kwestie is net zo ingewikkeld als de Palestijns-Israëlische kwestie; sterker nog: de twee zijn aan elkaar verwant. Tripoli, de grootste stad in het noorden, laat wellicht een realistischer beeld van het land zien dan Beiroet. De bevolking is wat ouder en conservatiever, de politieke spanningen zijn groter, ook al merk je dat echt niet meteen als je op straat loopt, en er is simpelweg minder te doen voor toeristen. Mooi is het wel, op zijn eigen, minder gelikte, maar wel eerlijkere manier.

Ik wilde meer te weten komen over mijn familie. Zes dagen zijn kort, maar het beeld is wel veel scherper geworden. De verscheidenheid in mijn familie blijkt enorm te zijn. Sommige nichtjes mag ik vanwege hun geloof niet zoenen en nauwelijks aanraken, andere nichtjes hebben daar geen problemen mee. Zulke verschillen zie je ook terug bij m’n neven: de één is heel conservatief en drinkt geen alcohol, de ander is juist liberaal en wil niets weten van hoofddoekjes. Weer een andere neef is zelfs zo erg tegen het geloof dat hij het contact met een groot deel van de familie heeft verbroken.

Maar hoe dan ook: in mijn familie vind ik stuk voor stuk lieve mensen met een goed hart. Ze waren blij me te zien en blij dat ik eindelijk naar Libanon ben gekomen, al was het maar zo kort. De taal was niet zo’n grote barrière als ik had gedacht, omdat bijna iedereen wel Engels sprak. En Arabisch kan soms best sexy zijn, afhankelijk van welke vrouw je hoort praten. :-) Ook het eten is geen zorg geweest. Ik moet eerlijk zeggen dat de Libanese keuken nog steeds niet tot mijn favorieten behoort, maar de keus is zo groot dat je moeilijk de complete keuken kunt afkeuren. Op een bepaalde manier heb ik me zeker thuis gevoeld in Libanon, mede door de houding van de familie, maar ook doordat ik met meer Arabische elementen bekend ben dan ik me had gerealiseerd.

Dit is mijn één na laatste blogpost over Libanon. Over een paar dagen volgt een laatste post met de foto’s die ik heb gemaakt. Het zijn er nogal wat en ik wil streng selecteren en ruim de tijd nemen voor de nabewerking, dus het kan nog even duren.

Ik wil iedereen die de afgelopen dagen heeft meegelezen, meegeleefd en zelfs de moeite heeft genomen om een berichtje achter te laten hartelijk danken. Het is fijn dat ik niet alleen mijn eigen beeld van Libanon, maar ook dat van anderen heb kunnen bijstellen. Sommigen van jullie hebben gesuggereerd dat ik een boek moet schrijven. Ik ben vereerd met het compliment, zeker omdat ik mezelf helemaal niet als een goede schrijver zie, maar ik zal het in gedachten houden. Misschien kan ik deze blogposts wel combineren met de nog te verschijnen foto’s? Geen idee.

Dit weekend ga ik me flink uitleven in de sportschool (die Libanezen vreten zich echt helemaal scheel), maandag ben ik terug op de radio.

Op play drukken

De reis eindigt waar hij was begonnen: op het balkon van mijn oma. Zij, mijn vader en ik wachten op de taxi. Het is tien over half drie ‘s nachts. Nog twintig minuten in het huis van oma.

Ik had nog even willen slapen, maar dat ging helaas niet door. Eigen schuld. Net toen ik dacht dat ik een half uurtje kon liggen, realiseerde ik me iets belangrijks:
m’n koffer was nog niet ingepakt. Haast haast haast. Volgens mij heb ik alles.

Oma zet koffie. Mijn vader is slaperig. Met hem kwam ik vorige week in Libanon aan, maar zonder hem ga ik terug. Hij blijft nog een paar weken. In zijn plaats gaat mijn moeder mee terug naar Nederland. Tegen haar zin in, vermoed ik.

Vanaf vijf hoog kijk ik de straat in. Het plaatje is niets veranderd ten opzichte van een week terug, maar het beeld is inmiddels wel vertrouwd. Oma is verbaasd dat ik een lange spijkerbroek draag; die heeft ze de hele week niet gezien. Ik vertel, via mijn vader, dat het slecht weer is in Nederland. Op twitter las ik althans iets over wateroverlast.

Vijf voor drie. Mijn oma gaat naar binnen om te bidden. Vijf keer per dag, in de richting van Mekka, maar nu een zesde keer, zodat we veilig in Nederland aankomen. Wat een energie heeft die vrouw nog. Ze is 87.

Acht jaar geleden werkte ik voor Início, een vertaalbureau uit Utrecht. Een maand lang zat ik voor hen in Madrid om de Nederlandse versie van een game te testen. Terugdenken aan Madrid is als proberen terug te denken aan een droom: het ging allemaal zo snel en alles was zo ongewoon, dat het soms niet echt lijkt. Ik denk dat deze reis naar Libanon ook zo wordt. Als ik vanmiddag, thuis in Utrecht, op de bank zit, zal het net zijn alsof ik wakker word van een lange, mooie droom.

Drie uur. De taxi is precies op tijd. Mijn vader sleept m’n koffer mee richting de lift en ik doe mijn handbagage op mijn rug. Over mijn arm neem ik mijn jas mee. Raar idee dat ik die over een paar uur nodig heb.

Ik geef mijn oma een dikke knuffel. “Shoufak, tayta”, zeg ik. Meer Arabisch ken ik niet voor dit moment. Mijn vader staat al in de lift. Ik stap ook in. De deur gaat dicht, de lift naar beneden.

Op naar Nederland. Mijn leven van pauze af halen.

Amsterdam: symbool van vrijheid

De stad Byblos staat op de UNESCO Werelderfgoedlijst. Mede daarom geldt het als een belangrijke toeristische trekpleister in Libanon. Ik ga erheen met mijn vader, zijn beste vriend Kifah en zijn dochter Rayane.

Ik zie Rayane voor het eerst. Ze is 28 en woont nog bij haar ouders. In Libanon is dat, zeer tegen haar zin in, heel gebruikelijk. Meisjes gaan pas het huis uit als ze trouwen. Rayane is grafisch ontwerpster en heeft net ontslag genomen om voor haarzelf te beginnen. Tegenover het huis begint ze een ‘design boutique’, zoals ze het zelf noemt.

Rayane heeft voor meerdere bedrijven logo’s en complete corporate identities ontworpen. Aangezien ik met twee vrienden net een VOF heb opgericht, maar we nog niet echt een eigen huisstijl hebben, vraag ik haar haar werk te laten zien. Ik ben compleet onder de indruk. Ze kan alles.

Een paar dagen geleden ben ik even in Byblos geweest, maar dat was om tien uur ‘s ochtends. Nu zijn we er om tien uur ‘s avonds. Het is een compleet andere stad. Het is oud, maar prachtig onderhouden. Smalle straatjes maken het knus, overal is muziek, alle bars en eetgelegenheden staan buiten en het publiek is jong. “Op een zaterdag kun je hier niet lopen, zo druk is het”, zegt Ryane. Voor wie het kent: de sfeer in Byblos doet me heel sterk denken aan De Affaire tijdens de Nijmeegse Vierdaagse, met als belangrijkste verschil dat het er elke dag en zeker elk weekend zo gezellig is.

Ryane en ik hebben al snel een overeenkomst gevonden: we zijn allebei sushi-freaks. In een klein, maar prachtig ontworpen sushi-restaurant, met de naam “Mon Maki A Moi”, een briljante woordspeling op het liedje “Mon Mec A Moi” van Patricia Kaas, eten we veel te veel, zoals dat altijd gaat in sushi-restaurants. Onze vaders zijn er niet bij; zij houden niet van rauwe vis. Dat geeft ons de kans om uitgebreid te kunnen praten.

Het mooiste sushi-restaurant dat ik ken staat in Byblos

Het mooiste sushi-restaurant dat ik ken staat in Byblos

“Ik wil zo graag naar Amsterdam komen”, zegt ze. Elke Libanees die nog jong van geest is heeft dat de afgelopen week tegen me gezegd. Ik vraag Rayane voor de aardigheid waar ze aan denkt bij de naam Holland. Vooral bloemen, blijkt. En dat de mensen zo aardig en open zijn. Dat laatste hoor ik vaker, drugs en hoeren hoor ik nauwelijks. In elk geval geldt Nederland en met name Amsterdam hier als symbool van vrijheid. Ik vind dat we daar heel trots op mogen en zuinig op moeten zijn.

“Onze vaders lijken erg op elkaar hè”, zeg ik. Rayane knikt. “Ik vind het altijd erg leuk als je vader hier is. Jouw en mijn vader lachen samen de hele tijd. Het lijken wel tieners.” Voorzichtig probeer ik wat meer te weten te komen over ingewikkeldere zaken. Geloof, bijvoorbeeld. “Er zijn hier achttien religies, maar iedereen leeft door elkaar heen. Mijn beste vriendin is een christen”, zegt ze. En over vrouwen: “Libanezen willen graag patsen en dat maakt Libanese meisjes erg snobistisch. Het is voor hen belangrijk in wat voor auto hij rijdt en hoeveel geld hij aan haar uitgeeft.”

De twee tieners. Links Kifah, rechts mijn vader

De twee tieners. Links Kifah, rechts mijn vader

Ik beloof Rayane te helpen met het verkrijgen van een visum als ze naar Nederland wil komen. Dat schijnt niet altijd heel makkelijk te zijn voor Libanezen.

Een slechte foto van Rayane en mij

Een slechte foto van Rayane en mij

Het regent eigenlijk nooit in Tripoli, maar vandaag wel. Minutenlang. Dat is hier nogal wat. Gelukkig gebeurde dat pas nadat we naar het strand zijn gegaan. Toch nog even zwemmen voor ik wegga. Ik verbrand flink, maar dat hoort er eigenlijk wel een beetje bij. Geen zonnebrandolie die tegen deze zon op kan.

Eindelijk: toch nog zwemmen in de zee

Eindelijk: toch nog zwemmen in de zee

We zijn met mijn neef Rabiah, van oorsprong architect, die in Saudi-Arabië woont en daar werkt als sales engineer. Hij zou pas een paar dagen later naar Libanon komen, maar kwam speciaal voor mij eerder. Meerdere keren per maand vliegt hij op en neer naar Libanon. Saudi-Arabië is een streng-islamitisch land, terwijl hij juist heel liberaal is. “Ik accepteer niet wat ze daar doen, maar je leert ermee leven”, zegt hij. Ik heb meteen een klik met hem. Heel ongecompliceerd.

De vraag wat ik van Libanon vind blijft natuurlijk niet achter (ik begin mijn antwoord tegenwoordig met ‘Ik heb gemerkt dat er twee Libanons zijn’ en leg dan uit), maar Rabiah is de eerste die vraagt of ik me zou kunnen voorstellen dat ik hier zou kunnen wonen. Interessant. Ik denk erover na en kom tot de conclusie van niet. Ik heb het naar mijn zin in Nederland, dat ten eerste. Ten tweede: in mijn werk moet je goed kunnen spreken. Een goede Arabische nieuwslezer word ik natuurlijk nooit meer. En een it-gerelateerd bedrijf beginnen in Libanon, met die matige infrastructuur; dat wordt ook niks.

De laatste avond in Tripoli is druk. Heel even word ik dan toch van hot naar her gesleept om iedereen gedag te zeggen, handen te schudden en te glimlachen. Ik voel me een muzikant of atleet die zijn verplichte pr-activiteiten nog even moet doen, al ben ik ook heel blij om de mensen nog even te zien. Mijn neef Abdallah en zijn zussen Nour, Farah en Yemen, waarvan de laatste twee ook naar Nederland willen komen. Mijn neef Aboudé, met wie ik snel nog even een hamburger eet (overigens: vaak langs de McDonald’s gelopen hier, maar nooit binnen geweest!). Ook hij wil naar Nederland.

Bij mijn oma thuis zit nog meer familie, zoals Bilal, die ik hier voor het eerst zie, maar vijftien jaar geleden bij ons in Nederland was. Weet ik niks meer van. Wat ik het leukste aan mijn reis vond, vraagt hij. De mensen ontmoeten, zeg ik. Het klinkt sociaal wenselijk, maar ik meen het wel. De meeste familie was niets meer dan een foto of Facebook-profiel, nu zijn het mensen met persoonlijkheden. Dat ik heb gezien waar mijn vader is opgegroeid betekent ook veel.

Rond half elf gaat iedereen naar huis. Alleen mijn oma, vader en ik blijven achter. Inmiddels is het kwart voor één. Ik moet mijn koffer nog inpakken en om half drie gaat de wekker, want een half uur daarna staat de taxi naar het vliegveld voor de deur. Ik heb mezelf veroordeeld tot een extra nachtdienst. Sukkel.

Straks, in het vliegtuig, ga ik mijn reis proberen samen te vatten. Dat wordt nog lastig. Geen idee waar te beginnen. Ik kan in ieder geval alvast zeggen dat het mooier en eenvoudiger was dan ik van tevoren dacht.

Oma, door de ogen van mijn nichtje

“Baba hamara”, zeg ik als ze me vragen waarom ik geen Arabisch spreek. “M’n vader is een ezel”, betekent het, denk ik. Hij heeft me de taal nooit geleerd toen ik klein was. Met Engels kom ik in Libanon een heel eind, maar zonder Arabisch is het heel moeilijk om mijn oma beter te leren kennen.

Mijn nichtje Farah schreef vorig jaar een blogpost over haar. Ze vertelt wat onze oma (“tayta” in het Arabisch) zo lief en mooi maakt. Ik vind het erg ontroerend, vooral het gedeelte over opa. Hij overleed toen mijn vader nog geen zestien was. Nooit geweten dat het leeftijdsverschil tussen hen zo enorm was. Toen kon dat allemaal nog.

My grandma (…) was married when she was 14 to a guy almost 16 years older than herself. They had 8 kids, a happy short life together, then my grandpa got sick. She can tell you stories, heartbreaking stories of how she used to care for him, nurse him, even carry him on her back when need be. She once told me that when he slept she was afraid he’d wake up at night and need her so she slept hugging one of his legs or arms: this way whenever he woke up, she’d know. Then, he died.

Farah’s volledig stuk over oma vind je hier. Ze schrijft mooi.

Oma in de jaren '60

Oma in de jaren '60